Een peesscheur, en nu?

08-02-2018

Ik heb een peesscheur… maar is dit wel de oorzaak van mijn klachten?

In een populatie met steeds meer ouderen, van wie er vaak fysiek nog veel gevraagd wordt, krijgen steeds meer mensen te maken met een scheur in één van de pezen rondom de schouder.  Zo’n scheur in een pees noemen we ook wel een ruptuur. Zulke rupturen komen namelijk steeds vaker voor naarmate de leeftijd toeneemt, omdat pezen een natuurlijk degeneratieproces kennen, zoals ook andere structuren in het lichaam. Dit betekent dat de pezen op hogere leeftijd kwetsbaarder zijn voor het oplopen van een blessure. Kleine scheurtjes die op jongere leeftijd relatief snel weer zouden herstellen, genezen nu heel langzaam of helemaal niet meer. Hiermee bestaat het risico dat deze scheurtjes op den duur (meer) klachten gaan geven. Dit proces werkt u zelf in de hand wanneer u de pezen niet of niet op de juiste manier belast. Pezen blijven namelijk sterk en optimaal doorbloed wanneer ze regelmatig aan het werk worden gezet, dus blijf vooral bewegen!

Er is wel een verschil in het type ruptuur dat bij ouderen vaker voorkomt ten opzichte van jongere mensen. Vanwege het eerder genoemde natuurlijke degeneratieproces krijgen ouderen vaker te maken met een niet-traumatische ruptuur, terwijl een ruptuur ten gevolge van een trauma veel meer gezien wordt bij jongere mensen. Hier wordt mee bedoeld dat er bij ouderen vaak geen duidelijk moment van scheuren is, zoals bij jongeren wel vaak het geval is bij bijvoorbeeld een plotselinge ruk aan de arm tijdens een sport als volleybal.

De aanwezigheid van een scheur in uw pees betekent echter niet meteen dat u ook klachten aan de schouder ervaart! Er bestaan namelijk rupturen die symptomen geven, maar ook rupturen die geen klachten met zich meebrengen. Hier zijn vele wetenschappelijke onderzoeken naar gedaan. Waar aan de ene kant 65-70% van alle schouderpijn de pezen rondom de schouder betreft, wordt ook van 5-40% van de mensen zonder schouderpijn geschat dat zij een complete ruptuur van zo’n pees hebben.  Dit betekent dus dat de kans groot is dat u als u op straat loopt meerdere mensen tegenkomt bij wie op een echo een scheur in een schouderpees te zien zou zijn, terwijl ze helemaal geen last hebben van die schouder! Daaruit kunnen we dus wel concluderen dat we met de aanwezigheid van een scheur nog steeds vrij weinig kunnen zeggen over de mate waarin die scheur klachten veroorzaakt. Ditzelfde geldt trouwens ook voor een heleboel andere klachten, zoals o.a. op onderstaande afbeelding te zien is. Hier ziet u bijvoorbeeld dat hetzelfde geldt voor degeneratie (heel oneerbiedig ook wel ‘slijtage’ genoemd) van onze tussenwervelschijven. Dit verschijnsel is bij 80% van de 50-jarigen zonder klachten al vast te stellen…

Om hier nog maar even op door te gaan: Bij mensen ouder dan 60 jaar die geen schouderklachten hebben komt bij maar liefst 54% een scheur voor, een percentage dat bij ouderen boven de 70 en 80 jaar nog hoger ligt. De vraag is dus of de pijn bij iemand met schouderklachten vanuit een aanwezige ruptuur veroorzaakt wordt of dat die ruptuur helemaal los staat van de pijn en de klacht ergens anders uit voorkomt. Het is belangrijk dat we ons hier van bewust zijn, zodat we de juiste vervolgstap kunnen zetten. Het brengt ons wel tot een dilemma: opereren of niet?

Op die vraag is helaas geen éénduidig antwoord te geven. Dit antwoord hangt in de eerste plaats altijd af van uw eigen wensen en behoeften. Moet u bijvoorbeeld weer op hoog niveau kunnen tennissen of bent u al tevreden wanneer alle huishoudelijke activiteiten weer zonder klachten kunnen worden uitgevoerd? Dit laatste doel is in de meeste gevallen namelijk ook goed te behalen met alleen fysiotherapie. Mits de pijn aan de schouder houdbaar is, is het vrijwel altijd het proberen waard om met fysiotherapie en dus zonder operatie aan het herstel te gaan werken. Als dit niets oplevert kunt u immers altijd de stap richting ziekenhuis nog zetten! Daarnaast is er uiteraard minder kans op complicaties. Ook de wetenschap leert ons dat de resultaten van een conservatieve aanpak op het gebied van de pijnscore, de mobiliteit, de spierkracht en het uitvoeren van dagelijkse taken vaak heel erg goed zijn en niet onderdoen voor de resultaten na chirurgie. De beste resultaten worden dan behaald met een oefenprogramma van ten minste 12 weken, waarbij de oefeningen gericht zijn op mobiliteit, coördinatie, stabiliteit en spierkracht in de schouder. Zonder geleidelijke belasting van de schouder geen herstel!

Snel een afspraak maken met één van onze fysiotherapeuten? Klik dan op deze link!

Bronnen:

  1. Fehringer, E. V., Sun, J., Oeveren, L. S. van, Keller, B. K. & Matsen, F. A. (2008)Full-thickness rotator cuff tear prevalence and correlation with function and co-morbidities in patients sixty-five years and older. J Shoulder Elbow Surg; 17(6): 881–885.

  2. Braune, C., Eisenhart-Rothe, R. von & Welsch, F. et al. (2003) Mid-term results and quantitative comparison of postoperative shoulder function in traumatic and non-traumatic rotator cuff tears. Arch Orthop Trauma Surg; 123: 419–424.

  3. Shanahan, E. M. & Sladek, R. (2011)Shoulder pain at the work place.Best Pract Res Clin Rheumatol; 25(1): 59–68.

  4. Maffulli, N. & Furia, J. P. (2011) Rotator Cuff Disorders. JP Medical Ltd.

  5. Sher, J. S., Uribe, J. W., Posada, A., Murphy, B. J. & Zlatkin, M. B. (1995) Abnormal findings on magnetic resonance images of asymptomatic shoulders. J Bone Joint Surg Am; 77: 10–5.

  6. Kukkonen, J., Joukainen, A., Lehtinen, J., Mattila, K. T., Tuominen, E. K. J. & Kauko, T. et al. (2014) The treatment of non-traumatic rotator cuff tears. Bone Joint J; 96-B: 75–81.

  7. Moosmayer, S., Lund, G., Seljom, U. S., Haldorsen, B., Svege, I. C., Hennig, T. et al.(2014) Tendon repair compared with physiotherapy in the treatment of rotator cuff tears. J Bone Joint Surg; 96: 1504–14.

  8. Kuhn, J. E., Dunn, W. R., Sanders, R., An, Q., Baumgarten, K. M., Bishop, J. Y. et al. (2013) Effectiveness of physical therapy in treating atraumatic full thickness rotator cuff tears: a multi-centre prospective cohort study. J Shoulder Elbow Surg; 22(10): 1371–9.

Geschreven door Marieke van Dijk, Fysiotherapeut bij Fysiotherapie HIER! Heerenveen en Tuk (Steenwijk)